Zo begeleid je medewerkers met een chronische ziekte

Zo’n 20 procent van de beroepsbevolking heeft een chronische aandoening en volgens de SER neemt dat aandeel de komende jaren verder toe, tot een kwart in 2030. Welke impact heeft deze ontwikkeling op de werkomgeving? Waar kun je tegenaan lopen bij de begeleiding van deze medewerkers? En wat kun je doen om hen te faciliteren en uitval te beperken of voorkomen?

Eric Velzing, bedrijfsarts-consulent oncologie bij Arbo Unie: “Steeds meer mensen met een chronische aandoening kunnen en willen werken. Vaak gaat dat prima; veel chronische ziekten zoals astma of diabetes hebben geen of nauwelijks invloed op het functioneren. Maar ook wanneer medewerkers wel beperkt zijn in wat ze kunnen en aankunnen, blijven ze vaker en langer aan het werk. Bijvoorbeeld na kanker, wat tegenwoordig beter te behandelen is, en wat tot een betere prognose kan leiden. Het sociale vangnet is grotendeels verdwenen, dus thuis blijven is niet altijd een optie. Bovendien willen deze medewerkers graag mee blijven draaien in de maatschappij, dat is voor hen heel belangrijk. Het geeft invulling aan hun dagelijks leven en heeft een positief sociaal effect.”

Blijf mensen bij het werk betrekken

De SER heeft zich gebogen over de arbeidsmarktpositie van mensen met een chronische ziekte en bracht hierover in maart een rapport uit. Hierin staat bijvoorbeeld dat werkgevers en werknemers vaak weinig kennis hebben van arbowetgeving en subsidieregelingen voor medewerkers met een chronische ziekte. Ook pleit de SER ervoor om de dialoog op de werkvloer over dit onderwerp te verbeteren en meer te doen aan het voorkomen van uitval van chronisch zieke medewerkers. Eric onderstreept het belang hiervan. “Vooral die dialoog is cruciaal. Dat begint al bij de diagnose. Je hoort soms dat een werkgever zegt: ‘Blijf thuis, doe rustig aan, we horen het wel als je beter bent.’ Goed bedoeld, maar het is juist zo belangrijk om mensen bij het werk te blijven betrekken. Om contact te houden en het gesprek gaande te houden over hoe het gaat en wat mogelijk is. Dat maakt het in de meeste gevallen prettiger en makkelijker om terug te keren.”

Laat je ondersteunen door de bedrijfsarts

In het vergroten van de kennis bij werkgevers en leidinggevenden over wat er bij chronische ziekten wel en niet mogelijk is, ziet Eric een belangrijke adviesrol weggelegd voor de bedrijfsarts. “De re-integratietrajecten verschillen per persoon, aandoening en behandeling. Er is geen standaard draaiboek. Wij kunnen werkgevers en medewerkers dan ook per situatie goed informeren over de effecten van een ziekte en wat iemand wel en niet aankan. En adviseren over bijvoorbeeld opbouw, werktijden, het soort werkzaamheden dat iemand kan uitvoeren, eventueel ergonomische aanpassingen aan de werkplek en soms subsidieregelingen. Op die manier kunnen mensen die door een medische oorzaak beperkt zijn in hun functioneren vaak toch mee blijven doen en met plezier aan het werk blijven. En daar gaat het om.”

bron: hrpraktijk.nl